Schil de zoete aardappel, snijd hem in blokken en kook ze in vijftien minuten gaar in water met zout. Giet af en laat ze in de open pan een minuut uitdampen; puree van natte blokken wordt plakkerig. Stamp ze met een derde van de roomboter glad en houd de puree warm.
Maak de sperziebonen schoon en kook ze vijf tot zes minuten beetgaar in ruim water met zout. Giet af en schud ze in de pan droog met de fijngesneden knoflook en een eetlepel olijfolie.
Dep de roodbaarsfilet kurkdroog en bestrooi hem met zout en peper. Verhit de laatste olijfolie in een koekenpan tot hij glimt en bak de filet op de velkant drie minuten op middelhoog vuur. Druk hem de eerste dertig seconden licht aan zodat het vel vlak blijft en overal contact maakt. Draai om en bak nog een minuut.
Haal de vis uit de pan en smelt de rest van de roomboter in het achtergebleven vet. Voeg het amandelschaafsel toe en laat het in een minuut goudbruin kleuren. Blus af met een flinke kneep citroensap; de boter schuimt op en wordt een nootachtige saus.
Schep de puree en de bonen op een bord, leg de vis erop en lepel de amandelboter erover. Bestrooi met peterselie.