Verwarm de oven voor op 200 graden. Snijd de venkelknol in dunne parten en meng ze in een ovenschaal met de halve cherrytomaten, de olijven, de gesnipperde knoflook, twee eetlepels olijfolie, de oregano, zout en peper. Rooster het geheel twintig minuten, tot de venkel zacht begint te worden en de tomaten hun sap loslaten.
Spoel intussen de quinoa in een fijne zeef onder koud water om de bittere buitenlaag weg te spoelen. Kook hem in twaalf minuten gaar in ruim water met zout, giet af en laat hem afgedekt vijf minuten nastomen.
Dep de kabeljauwfilet droog en bestrooi hem met zout en peper. Haal de schaal uit de oven, leg de vis op het groentebed en besprenkel hem met de laatste olijfolie en het sap van een halve citroen. De vis gaart zo deels in de stoom van de groenten, waardoor hij sappig blijft in plaats van uit te drogen.
Zet de schaal nog twaalf tot veertien minuten terug in de oven, tot de kabeljauw net gaar is en in glanzende vlokken uiteenvalt.
Schep de quinoa op een bord, lepel de groenten met hun vocht erover en leg de vis erbovenop. Werk af met basilicum en de rest van de citroen in parten.