Verwarm de oven voor op 200 graden. Snijd de venkelknol in de lengte in parten van een centimeter, met een stukje kern eraan zodat ze niet uit elkaar vallen. Meng ze op een bakplaat met twee eetlepels olijfolie, het venkelzaad, de geplette knoflook, zout en peper en rooster ze twintig minuten. Voeg dan de hele cherrytomaten toe en rooster nog tien minuten, tot de tomaten barsten en hun sap over de venkel loopt.
Spoel de quinoa in een fijne zeef onder koud water; de bittere saponinelaag op het zaad spoelt zo weg. Kook hem in twaalf minuten gaar in ruim water met zout, giet af en laat hem afgedekt vijf minuten nastomen tot de kiempjes loskrullen.
Dep de zeebaarsfilets kurkdroog en haal een scherp mes drie keer licht door het vel. Die sneetjes voorkomen dat de filet in de hete pan krom trekt: het vel krimpt sneller dan het vlees, en zonder inkervingen buigt de filet dan omhoog waardoor het midden geen contact meer maakt.
Verhit de laatste olijfolie in een koekenpan tot hij glimt. Bak de filets op het vel drie tot vier minuten op middelhoog vuur, druk ze de eerste dertig seconden licht aan en draai ze pas om als het vel loslaat en krokant is. Draai om, voeg de roomboter toe en bak nog een halve minuut.
Schep de quinoa op een bord, leg de venkel en tomaten erop en de vis erbovenop. Besprenkel met citroensap en bestrooi met peterselie.