Verwarm de oven voor op 220 graden. Boen de zoete aardappel schoon, prik hem op een paar plekken diep in met een vork en wrijf hem in met een eetlepel olijfolie en grof zout. Die prikgaatjes laten de stoom ontsnappen; zonder die opening bouwt de druk zich onder de schil op en barst de aardappel open. Leg hem op een bakplaat en pof hem vijftig tot zestig minuten tot hij helemaal zacht is en er op de plaat wat stroperig sap uit is gelopen.
Spoel de kikkererwten af, laat ze uitlekken en dep ze droog. Meng ze met een eetlepel olijfolie, de komijn, het gerookte paprikapoeder, de kaneel en zout. Schuif ze de laatste twintig minuten naast de aardappel in de oven en schud ze halverwege om, tot ze knapperig en donker zijn.
Roer de yoghurt los met de tahin, de geraspte knoflook, het sap van een halve citroen en zout. Blijf doorroeren als het mengsel eerst schift, want tahin bindt daarna alsnog tot een gladde saus.
Rooster de pompoenpitten droog in een koekenpan tot ze knappen.
Snijd de zoete aardappel in de lengte open en druk de uiteinden naar elkaar toe zodat het kruimige vruchtvlees omhoog komt. Lepel de yoghurt-tahin erin, schep de kikkererwten erop en leg de rucola ernaast met de laatste olijfolie. Werk af met de pompoenpitten, peterselie en munt.