Leg het ontbijtspek in een koude koekenpan en zet die pas daarna op matig vuur. Beginnen met een koude pan laat het vet geleidelijk uitsmelten, waardoor het spek gelijkmatig knapperig wordt in plaats van aan de buitenkant te verbranden terwijl het vanbinnen taai blijft. Bak het in zes tot acht minuten helemaal krokant, laat het uitlekken op keukenpapier en breek het in stukken.
Halveer de tomaten en leg ze met de snijkant naar beneden in het achtergebleven spekvet. Bak ze vier minuten tot het snijvlak diepbruin is, keer ze om en laat ze nog twee minuten zachter worden. Bestrooi met zout en zwarte peper en houd ze apart.
Klop de eieren met de room, een snuf zout en zwarte peper los tot het mengsel egaal is.
Veeg de pan schoon, smelt de roomboter op matig laag vuur en giet het ei erin. Kantel de pan zodat het zich egaal verdeelt en laat de omelet rustig stollen. Houd het vuur echt laag, want een omelet die snel bakt wordt bruin en rubberig terwijl hij op laag vuur zijdezacht blijft.
Rasp de gruyère over de nog glanzende bovenkant zodra het ei bijna gezet is en leg het spek op één helft. Klap de omelet dicht en laat hem een halve minuut nagaren.
Schuif hem op een bord, leg de gebakken tomaten ernaast en werk af met veel fijngeknipte bieslook.