Klop de eieren met de room en zwarte peper los tot het mengsel egaal geel is. Zout laat je weg, want de gerookte zalm en de kappertjes brengen zelf al genoeg zilt mee.
Roer de roomkaas los met fijngesneden dille, wat citroenrasp en een paar druppels citroensap, tot hij smeerbaar is.
Smelt de roomboter in een koekenpan van ongeveer vierentwintig centimeter op matig laag vuur. Giet het eimengsel erin, kantel de pan zodat het zich egaal verdeelt, en laat de omelet rustig stollen zonder te roeren. Houd het vuur echt laag: een omelet die je snel bakt wordt bruin en rubberig, terwijl hij op laag vuur zijdezacht blijft.
Haal de pan van het vuur zodra de bovenkant nog net iets glanst en nauwelijks meer beweegt. De nawarmte maakt hem in een halve minuut af.
Schuif de omelet op een snijplank en bestrijk hem over het hele oppervlak met de dilleroomkaas. Leg de plakken gerookte zalm erover en rol het geheel vanaf de lange kant strak op.
Snijd de rol schuin in dikke stukken en leg ze op een bedje van veldsla. Strooi de kappertjes en wat extra dille erover en knijp er citroen overheen. Drie eieren met zalm en roomkaas leveren ruim vijfentwintig gram eiwit en veel vet, zonder één noemenswaardig koolhydraat.