Snijd de kipfilet in grove blokken. Meng de helft van de yoghurt met de kurkuma, komijn, paprikapoeder, geraspte knoflook en gember, wat zout en een scheut citroensap. Schep de kip erdoor en laat minstens twintig minuten marineren; de zuren in de yoghurt maken het vlees mals en laten de specerijen doordringen.
Kook de zilvervliesrijst in ruim water met zout in ongeveer vijfentwintig minuten beetgaar en giet hem af. Zilvervliesrijst houdt zijn vezels en laat je bloedsuiker veel geleidelijker stijgen dan witte rijst.
Rasp intussen de komkommer grof, knijp het meeste vocht eruit en meng met de rest van de yoghurt, fijngesneden munt en een snuf zout tot een frisse raita.
Verhit de olijfolie in een koekenpan tot hij goed heet is en bak de gemarineerde kip in zes tot acht minuten rondom bruin en net gaar. Laat de stukken even liggen voor je ze keert, dan krijg je donkere plekken die veel smaak geven. Serveer de kip op de rijst met de raita ernaast.