Snijd de halve stoofpeer in kleine, gelijke blokjes en hak de walnoten grof. Zet beide ingrediënten even apart voor later gebruik.
Doe de boekweitgrutten samen met de ongezoete amandelmelk in een kleine steelpan. Breng het geheel op middelhoog vuur langzaam aan de kook. Draai het vuur direct lager zodra de melk kookt. Laat de pap ongeveer tien tot twaalf minuten zachtjes pruttelen totdat de grutten zacht zijn. Roer regelmatig door om aanbranden te voorkomen.
Voeg in de laatste paar minuten van de kooktijd de blokjes stoofpeer toe, zodat deze kort kunnen meestoven en goed warm worden. Haal daarna de steelpan van het vuur. Strooi het vanillepoeder over de pap en roer dit stevig door het geheel.
Schep de warme boekweitpap in een diep bord of een ruime kom. Verdeel de grof gehakte walnoten over de bovenkant en strooi er tot slot een snuf kaneel overheen. Serveer direct.