Verwarm een droge koekenpan op middelhoog vuur. Rooster de hele amandelen drie tot vier minuten tot ze goudbruin kleuren. Schud de pan regelmatig om aanbranden te voorkomen. Haal de amandelen uit de pan, laat ze afkoelen en hak ze vervolgens grof.
Doe de boekweitvlokken, amandelmelk, het kaneelpoeder en het zout in een steelpan. Breng dit mengsel al roerend op middelhoog vuur aan de kook. Zet het vuur lager zodra het borrelt en laat de pap vijf tot zeven minuten zachtjes sudderen. Blijf de bodem regelmatig over de bodem roeren met een lepel of garde tot de pap de gewenste dikte heeft bereikt.
Haal de steelpan van het vuur en laat de pap exact één minuut afkoelen. Voeg daarna het vanille eiwitpoeder toe. Klop het poeder er met een garde direct en krachtig doorheen totdat het volledig is opgenomen en er een gladde massa zonder klontjes ontstaat.
Schep de boekweitpap in een kom. Verdeel de grofgehakte geroosterde amandelen over de pap en serveer direct.