Rooster de pecannoten in een droge koekenpan op middelhoog vuur, drie tot vier minuten tot ze geuren en donkerder kleuren. Blijf erbij en schud de pan regelmatig; noten verbranden sneller dan je denkt. Laat ze afkoelen en hak ze grof.
Doe de helft van de bramen in een kommetje en prak ze met een vork tot een grove, sappige puree. Roer de citroenrasp erdoor; dat frisse zuur tilt de wat vlakke zoetheid van bramen op.
Schep de Griekse yoghurt in een kom en trek de bramenpuree er met een lepel in banen doorheen, zodat er paarse slierten ontstaan in plaats van een egaal roze massa.
Verdeel de hele bramen erover en werk af met de pecannoten, het chiazaad en de kaneel.