Hak de hazelnoten grof en rooster ze in een droge koekenpan tot ze geuren en licht kleuren. Schep ze uit de pan en zet apart.
Snijd de peer in kwarten, verwijder het klokhuis en snijd de kwarten in plakken. Smelt de roomboter in dezelfde pan op middelhoog vuur en bak de peer vier tot vijf minuten, tot de plakken goudbruin en net zacht zijn. Een stevige handpeer houdt zijn vorm in de pan; een rijpe stoofpeer valt uiteen, dus kies hem niet te rijp.
Bestrooi de peer de laatste minuut met de kardemom en de kaneel en schep om, zodat de specerijen even meebakken en hun geur loslaten in de boter.
Schep de skyr in een kom, leg de warme peer erop en giet het specerijenboter uit de pan erover. Werk af met de hazelnoten en de pompoenpitten.