Verwarm de oven voor op 210 graden. Schil de pompoen, verwijder de zaadlijsten en snijd het vruchtvlees in grove blokken. Meng ze met een eetlepel olijfolie, de komijn, zout en peper en rooster ze vijfentwintig minuten tot de randen donker kleuren. Roosteren in plaats van meekoken is hier het hele verschil: de suikers in de pompoen karamelliseren en geven de soep een diepte die je met een gekookte pompoen nooit haalt, hoeveel specerijen je er ook bij doet.
Snipper intussen de ui en snijd de knoflook en de gember zo fijn mogelijk. Verhit de rest van de olijfolie in een ruime pan en fruit de ui acht minuten op matig vuur tot hij zacht en zoet is. Voeg de knoflook, de gember, het korianderpoeder en de kurkuma toe en roer een minuut mee tot alles geurt.
Doe de geroosterde pompoen erbij, schenk de bouillon en driekwart van de kokosmelk erop en laat het geheel tien minuten zachtjes pruttelen. Pureer de soep met een staafmixer tot hij fluweelzacht is en breng hem op smaak met zout en limoensap.
Rooster de pompoenpitten droog in een koekenpan tot ze beginnen te knappen.
Schenk de soep in een kom, zwiep de rest van de kokosmelk er in strepen doorheen en verkruimel de feta erover. Werk af met de pompoenpitten, veel koriander en zwarte peper.