Verwarm de oven voor op 220 graden. Snijd de bloemkool in roosjes van gelijke grootte en meng ze met twee eetlepels olijfolie, het gerookte paprikapoeder, zout en peper. Spreid ze uit over een bakplaat met de platte snijkanten naar beneden: dat vlakke contact met de hete plaat geeft de diepbruine, nootachtige rand die geroosterde bloemkool zijn karakter geeft, terwijl roosjes die op hun bolle kant liggen vooral stomen.
Rooster de bloemkool vijfentwintig minuten tot de randen donker zijn. Halveer intussen de citroen en leg de helften de laatste tien minuten met de snijkant naar boven mee op de plaat; het roosteren maakt het sap zachter en zoeter.
Snijd de rode ui in flinterdunne halve ringen en zet ze vijf minuten in een kommetje koud water; dat haalt de scherpte eraf. Rooster de amandelen droog in een pannetje en hak ze grof.
Laat de tonijn goed uitlekken en trek hem in grove stukken. Meng de lauwwarme bloemkool met de rucola, de uitgelekte ui, de kappertjes en de tonijn.
Knijp de geroosterde citroen erover, besprenkel met de laatste olijfolie en werk af met de amandelen, veel peterselie en zwarte peper.