Snijd het lamsvlees in blokken en dep ze droog. Verhit de helft van de olijfolie in een braadpan en schroei het vlees in porties rondom bruin. Doe niet te veel tegelijk in de pan, anders stooft het in plaats van dat het kleurt. Haal het vlees eruit en zet apart.
Snijd de aubergine in blokken en de ui in halve ringen. Bak ze in de rest van de olie tot de aubergine goudbruin is en het vocht verdampt. Voeg de fijngesneden knoflook en de ras el hanout toe en bak een minuut mee tot de specerijen geuren.
Doe het vlees terug in de pan, giet de passata erbij met een scheutje water en breng op smaak met zout en peper. Laat de stoof met de deksel schuin op de pan minstens negentig minuten zachtjes pruttelen tot het lam uit elkaar valt. Roer de laatste tien minuten de kikkererwten erdoor. Werk af met grofgehakte koriander. Langzaam garen maakt het bindweefsel zacht en geeft een volle, kruidige saus.