Was de blauwe bessen grondig onder koud stromend water en laat ze goed uitlekken in een vergiet. Dep ze eventueel nog even droog met een schoon stuk keukenpapier. Hak ondertussen de walnoten met een koksmes in grove stukken, zodat ze hun knapperige textuur behouden in het gerecht.
Pak een ontbijtkom en schep hier de volle kwark in. Verdeel de kwark met de bolle kant van een lepel in een egale laag over de bodem. Strooi daarna de droge blauwe bessen en de gehakte walnoten in een ruime laag over de kwark heen.
Rond de bereiding af door de theelepel kaneel over de kom te strooien. Verdeel de specerij zo gelijkmatig mogelijk over de kwark, de noten en de bessen om in elke hap voldoende smaak mee te geven.
Serveer het gerecht direct na het samenstellen. Eet de kwark terwijl deze nog goed koud is, ideaal als snelle start van de dag of als een stevig tussendoortje.