Rasp de appel grof en laat het vocht van de zuurkool goed uitlekken. Hak de walnoten in grove stukken. Meng in een klein kommetje de mosterd en de honing stevig door elkaar tot een egale, gladde dressing.
Zet een pan op een middelhoog vuur en doe de uitgelekte zuurkool samen met de geraspte appel in de pan. Verwarm dit mengsel enkele minuten. Schep het regelmatig om zodat de zuurkool gelijkmatig en volledig doorwarmt zonder aan de bodem te plakken.
Verdeel de warme zuurkool met appel over twee borden om een basislaag te vormen. Controleer de makreelfilets kort op eventuele achtergebleven graten en leg op elk bord in het midden een filet bovenop het warme zuurkoolmengsel.
Druppel de mosterd-honingdressing met een lepel gelijkmatig over de makreelfilets en de zuurkool. Bestrooi het geheel tot slot met de gehakte walnoten en dien direct op.