Verwarm de oven voor op 190 graden. Schil de knolselderij met een mes in plaats van een dunschiller; de buitenlaag is grof en houterig en die moet er in zijn geheel af. Snijd hem in blokjes van een centimeter.
Verhit twee eetlepels olijfolie in een ovenvaste koekenpan van ongeveer twintig centimeter en bak de blokjes acht tot tien minuten op middelhoog vuur tot ze goudbruin en beetgaar zijn. Voeg de in halve ringen gesneden ui toe en bak alles nog vijf minuten mee tot de ui zacht is. Bestrooi met zout, peper en de nootmuskaat.
Klop de eieren los met de room, een snuf zout en zwarte peper en roer de helft van de geraspte kaas erdoorheen. De room verhoogt het vetgehalte en vertraagt het stollen, waardoor de frittata smeuïg blijft in plaats van rubberig te worden.
Giet het eimengsel over de groenten in de pan, schud hem even zodat alles zich verdeelt en laat de onderkant op laag vuur twee minuten aanzetten. Rasp de rest van de kaas erover en rits er tijmblaadjes overheen.
Schuif de pan vijftien tot achttien minuten in de oven, tot de frittata in het midden nog net een beetje veert onder je vinger. Doorbakken tot hij helemaal stevig aanvoelt is een halve minuut te ver, want de nawarmte gaart hem buiten de oven nog door.
Laat hem vijf minuten rusten, snijd hem in punten en serveer met veldsla en bieslook.