Snijd de venkelknol in de lengte doormidden en daarna in parten van een centimeter dik, maar laat een stukje van de harde kern aan elke part zitten. Die kern houdt de lagen bij elkaar, zodat de parten in de grillpan niet uit elkaar vallen.
Wrijf de parten in met een eetlepel olijfolie en zout. Verhit een grillpan tot hij bijna rookt en gril de venkel drie tot vier minuten per kant tot hij donkere strepen heeft en aan de dunne randen bijna zwart is. Venkel bevat veel water en weinig zetmeel; alleen op hoog vuur verdampt dat water snel genoeg om te bruinen voordat de part slap wordt. Laat de parten iets afkoelen.
Spoel de witte bonen af onder koud water tot het schuim verdwijnt en laat ze goed uitlekken. Meng ze in een kom met de geraspte knoflook, twee eetlepels olijfolie, een flinke scheut citroensap, wat citroenrasp, zout en zwarte peper. Prak een kleine handvol bonen fijn tegen de rand van de kom; dat maakt de dressing romig zonder dat je er iets aan hoeft toe te voegen.
Rooster de amandelen droog in een koekenpan tot ze geuren en hak ze grof. Halveer de cherrytomaten.
Verdeel de rucola over een bord, schep de bonen erover en leg de gegrilde venkel ertussen met de tomaten. Schaaf de pecorino er in vlokken over en werk af met de amandelen, peterselie en munt.