Haal de lamskoteletjes een halfuur voor het bakken uit de koelkast en wrijf ze in met een eetlepel olijfolie, het komijnpoeder, het gerookte paprikapoeder, een geperste teen knoflook, zout en peper.
Verwarm de oven voor op 220 graden. Snijd de aubergine in plakken van anderhalve centimeter, bestrijk ze royaal met de rest van de olijfolie en bestrooi met zout. Rooster ze twintig tot vijfentwintig minuten op een bakplaat, tot ze diep goudbruin en smeuïg zijn. Aubergine heeft olie en tijd nodig: te weinig van een van beide en hij blijft sponzig.
Spoel de quinoa onder koud water en kook hem in twaalf minuten gaar in water met zout. Giet af en laat hem afgedekt nastomen. Roer voor de saus de tweede geperste teen knoflook en een hand fijngehakte munt door de yoghurt met een snuf zout.
Verhit een grillpan of koekenpan tot hij gloeiend heet is. Bak de koteletjes twee tot drie minuten per kant, zodat ze vanbuiten donker karamelliseren en vanbinnen rosé blijven. Laat ze vijf minuten rusten onder folie; zo blijven de sappen bij het aansnijden in het vlees.
Schep de quinoa en de aubergine op een bord, leg de koteletjes erbij en lepel de muntyoghurt ernaast. Bestrooi met granaatappelpitjes en munt en serveer met citroen.